Tinpest

Een probleem waar orgelmakers regelmatig mee worden geconfronteerd is loodcorrosie bij pijpwerk en aantasting van conducten. Er is al veel onderzoek gedaan naar de oorzaken.

Dit zeer giftige loodwit tast op den duur alle metaal rondom aan. Tinpest is berucht. Het uit zich in witte blaasvormige “pukkels”. Het eenmaal aangetaste orgelmetaal verpulvert en valt uiteen

Als het loodcorrosie is, waarom heet het dan tinpest? Er zijn veel theorieën over hoe tinpest ontstaat.  Omdat orgelmetaal bestaat uit een legering van tin en lood, transformeert het toegevoegde metaal de kristalstructuur van tin.

Lood heeft schijnbaar een vrij grove moleculaire structuur met een grote uitzettingscoëfficiënt. Legeringen kunnen het transformatieproces van beide metalen bevorderen of juist afremmen. Wanneer bij orgelmetaal bijvoorbeeld te “schoon” lood wordt gebruikt, zonder enige toevoeging, is orgelmetaal ook vatbaarder om van structuur te veranderen (uiteen te vallen).

Volgens Michiel Langeveld (metaalrestaurateur) zijn metalen voorwerpen (ook) gevoelig voor omgevingsinvloeden (zoals gassen in de lucht, stof, vuil) en deuken, scheuren en breuken.

“Het ruwe materiaal voor metalen is erts. Metaal winnen uit erts is eigenlijk het omgekeerde van corroderen. De natuur streeft dus voor de meeste metalen en legeringen naar een stabiele toestand voor metalen:  de ertsvorm,  of wel corrosie. Door de aanwezigheid van water, stof, vuil, vingerafdrukken en gassen in de lucht komt dit corrosieproces op gang.”

“Zwavelhoudende gassen zijn meestal verantwoordelijk voor het aanslaan.van corrosie. Zwavelhoudende gassen zijn afkomstig van onder andere industrie.”

“Naarmate de luchtvochtigheid hoger is en/of er meer zwavelhoudende gassen in de lucht aanwezig zijn, gaat het sneller. Luchtverontreinigingen zoals stikstofgassen en chloriden versnellen het proces.

Er is ook aantasting die wordt veroorzaakt door uitwendige krachten. Omdat het materiaal zacht is, ontstaan er inwerkingen in het oppervlak. De chemische aantasting van tin en lood ontstaat door organische zuren in de lucht, veelal afkomstig uit hout (met name eikenhout), MDF, bepaalde lijmen, verven en schoonmaakmiddelen”

Volgens Langeveld komt de meeste problematiek voort uit een combinatie van genoemde factoren: bijvoorbeeld objecten die staan opgesteld in gesloten (orgel)kasten waarin een relatief hoge concentratie van zuren aanwezig is;  Verder; onjuist gebruik van constructie- en verfmaterialen; De combinatie van vuil, te droge lucht en condensvorming is ook niet bevorderlijk.

Er zijn ook theorieën dat tinpest zou ontstaan bij een temperatuur lager dan 14° C.  Langeveld: “Theoretisch gezien kan bij een lage temperatuur de kristalstructuur van tin veranderen, deze andere kristalstructuur is niet sterk waardoor het als poeder uit elkaar valt.”

“In de praktijk echter is een bewijs voor dergelijke aantasting nooit geleverd. De objecten gevonden op Nova Zembla bijvoorbeeld, tinnen voorwerpen – in 1597 achtergelaten en in 1871 gevonden door een kapitein uit Noorwegen – hebben ruim 250 jaar blootgestaan aan lage temperaturen zonder dat nadien een spoor van tinpest is aangetroffen. Zogenaamde sporen van tinpest op objecten zijn dan ook vrijwel zeker te wijten aan chemische aantasting. Men hoeft dus niet bang te zijn dat tinnen voorwerpen in een koude ruimte schade oplopen door deze koude (de stof en
mogelijke condensvorming in dergelijke ruimten zijn wel een bron voor schade natuurlijk)”, aldus Langeveld.

Welke schade tinpest kan aanrichten is te zien op onderstaand filmpje.

Gezien op Youtube: Restauratie Alkmaar Prestant 22′:

Het Hagerbeer-Schnitger orgel in de Grote Kerk in Alkmaar werd in 1982 gerestaureerd door de fa. Flentrop te Zaandam.

Het orgel is in 2014/2015 opnieuw gerestaureerd. De firma Flentrop voerde deze werkzaamheden uit. Het ging hierbij om een restauratie van het oude pijpwerk, dat ernstig was aangetast door loodcorrosie. Op zaterdag 11 april 2015 is het orgel weer in gebruik genomen met een feestelijk concert door Pieter van Dijk en Frank van Wijk.

Op het filmpje  van Hans en Casper Steketee is te zien hoe de grootste frontpijp van de Prestant 22′  naar beneden wordt getakeld. Deze enorme (en kwetsbare)  frontpijp van zijn plek krijgen is al een logistieke operatie op zich. Het orgelmetaal is aangetast en kwetsbaar. Om dat heelhuids naar beneden te krijgen en weer opnieuw te plaatsen, is geen sinecure.

Zoals men kan zien gaat het naast vakmanschap ook om teamwerk. Volgens Erik Winkel van Flentrop orgelbouw had deze grootste pijp al zo’n 20 jaar niet meer gesproken.

 

De foto's op deze website zijn van fotograaf Willem de Wolff uit Espel, Lianne ter Maat, Ina Vrinssen en Jan Grisnich. 

error: Content is beveiligd !!