Winter geeft ongemak voor orgel

In de wintermaanden heeft een orgel altijd te maken omstandigheden die niet gunstig zijn voor het instrument. Om allerlei ongemak en schade te voorkomen is het raadzaam om op te letten dat de relatieve vochtigheid in de kerkruimte niet te laag wordt. Het is de combinatie van droge lucht door vorst en droge lucht van een verwarmingssysteem dat maakt dat waarden onder de 30 procent worden bereikt.

Dan wordt het spannend voor een instrument: Mechanieken ontregelen, ontstemmingen door krimp en lekkage; daarnaast is er vaak krimpschade aan houtwerk, etc.

Het blijft een gegeven dat een orgel in de wintermaanden minder zuiver klinkt dan in de zomer, maar ongemak en schade kunnen worden voorkomen en beperkt door een aantal maatregelen:

Zorg er voor dat de kerkruimte zo egaal mogelijk wordt verwarmd. Dus niet  de hele week koud en vlak voor een viering de verwarming vol open.  Dat is funest voor een instrument. De oplopende temperatuur van koud naar warm moet een langzaam oplopende curve zijn. Wanneer de curve een “piekende” lijn is, dan ontstaat schade, of is er op z’n minst ernstige ontstemming.

Te veel vocht in de kerkruimte is ook niet goed. Ideaal is wanneer de relatieve vochtigheid niet onder de 60 procent komt. In de praktijk is het bij de meeste verwarmingssystemen niet haalbaar: Warmte stijgt omhoog: Als het beneden in de kerkruimte aangenaam is, dan is het boven bij het orgel  al snel “tropisch”.

Terughoudend stoken is niet alleen gunstig voor het orgel. Het scheelt ook in de stookkosten en voor al het andere kerkmeubilair is het ook beter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De foto's op deze website zijn van fotograaf Willem de Wolff uit Espel, Lianne ter Maat, Ina Vrinssen en Jan Grisnich. 

error: Content is beveiligd !!